Bij beloningsgericht opvoeden draait alles om de beloning, deze dient voor de hond zodanig motiverend te zijn dat de hond het gewenste gedrag gaat vertonen én herhalen. Vertoont de hond het gewenste gedrag en herhaalt hij het? Mooi! Dan was de beloning kennelijk voldoende motiverend. Althans..... vanuit het perspectief van de baas bekeken. Maar is het wel zo simpel? Moeten we de beloning niet ook of juist – voor zover mogelijk zonder antropomorf te worden – vanuit het perspectief van de hond bekijken? En moeten we ons zelf niet de vraag stellen welke factoren er van invloed zijn op de waarde van de beloning?

Met andere woorden: wat maakt dat een hond een beloning ook daadwerkelijk als beloning ervaart, waardoor deze het gewenste gedrag gaat vertonen én herhalen?

Intrinsieke waarde
De intrinsieke waarde van een beloning wordt bepaald door de beloning zelf. Bij voer en snacks is dat de vraag 'Ruikt het lekker' of 'Is het lekker', bij speeltjes is dat de vraag 'Is het leuk' en bij aandacht is dat de vraag 'Is/voelt het prettig'.


2011-10-18 01 Lekker2011-10-18 02 Leuk
  Lekker...                                                                                                                                                                                                       Leuk...


Extrinsieke waarde
Daarnaast zijn er ook andere factoren die medebepalend zijn voor de vraag of een beloning ook daadwerkelijk als beloning wordt ervaren. Een aantal voorbeelden:
  • timing
  • tijdsduur
  • plaats
  • omgevingsfactoren
  • stress-factoren
Timing
Het is niet zo moeilijk om je voor te stellen dat een beloning die wordt gegeven voor gedrag dat de hond een uur geleden heeft vertoond, voor de hond niet meer direct aan het betreffende gedrag te koppelen is. Een juiste timing is dus van groot belang voor de feitelijke waarde van een beloning. Voor de meeste baasjes blijkt een juiste timing helaas erg moeilijk te zijn.

Tijdsduur
Om te zorgen dat de link met het vertoonde gedrag in evenwicht blijft, is het belangrijk om te zorgen dat de tijd die het kost om de beloning te incasseren (op te eten), goed wordt afgestemd op de tijdsduur van het vertoonde gedrag. De beloning voor een goed uitgevoerde korte opdracht hoort kleiner te zijn en kan daardoor sneller worden geïncasseerd (opgegeten), dan de beloning voor een goed uitgevoerde omvangrijkere opdracht.

Plaats
De plaats waar de beloning wordt gegeven moet logisch zijn in het geheel van gedragingen dat de eigenaar van de hond wil bereiken. Wanneer de hond erg veel moeite moet doen om de beloning te incasseren (op te eten), bijvoorbeeld omdat hij deze moet opzoeken of moeilijk te pakken kan krijgen, zal de link met het vertoonde gedrag vervagen. Het is dan bovendien moeilijker om aan een reeks van logisch aan elkaar gekoppelde gedragingen verder te werken, omdat de reeks steeds wordt doorbroken. Het rondstrooien van beloningen om ze door je hond te laten opzoeken is vanuit deze gedachte sowieso niet zo handig, timing en tijdsduur komen dan ook in de knel waardoor je hond het opzoeken van de beloning al snel als afzonderlijk spel zal gaan zien en niet meer als beloning voor het vertoonde gedrag.

2011-10-18 03 Factoren
Omgevingsfactoren
De omgeving waarin een beloning wordt gegeven, kan vele afleidingen te bieden hebben. Afleidingen die er voor zorgen dat de aandacht van de hond op iets heel anders wordt gericht dan op de beloning die je als baas wilt geven voor vertoond gedrag. Natuurlijk kun je afleidingen heel gemakkelijk uitschakelen, door in een geïsoleerde omgeving met je hond aan het werk te gaan, maar dat heeft alleen op korte termijn effect. Wanneer je in een prikkelarme situatie aan het werk gaat moet al hetgeen bereikt wordt, in een prikkelrijke situatie opnieuw worden geoefend omdat je hond de omgeving als afleiding zal benutten en je als baas daardoor opnieuw de aandacht van je hond moet ‘terugverdienen’, in de ogen van de hond weer belangrijker/uitdagender/motiverender moet worden dan de omgeving zelf. Het omgekeerde is niet het geval: al hetgeen je in een prikkelrijke situatie bereikt zal in een prikkelarme situatie vrijwel altijd direct goed gaan. Ook thuis in je eigen omgeving wordt je hond aan allerlei prikkels blootgesteld. Het oefenen in prikkelarme situaties is dus nogal ‘kunstmatig’ en heeft daardoor weinig zin.

Stress-factoren
Teveel stress leidt er toe dat een hond niet (goed) kan functioneren en daardoor niet (goed) kan leren. Maar het leidt er ook toe dat een hond zich afsluit voor beloningen (en evengoed voor straffen/correcties). Je hond ziet de beloning niet, of pakt hem wel aan en spuugt hem gelijk weer uit. Je hond is niet met jou bezig maar met datgene wat de stress veroorzaakt, waardoor de beloning niet (meer) aan het vertoonde gedrag wordt gekoppeld. Blijven de stress-factoren in stand, dan bestaat zelfs de kans dat de beloning wordt gekoppeld aan de stress-factoren, waardoor deze het karakter van anti-beloning (straf, correctie) gaat krijgen.

 

 
Maar... er is meer
In aanvulling op bovenstaande factoren, die vrij algemeen geaccepteerd zijn, is er nóg een andere factor die zeker genoemd moet worden: de relatie met de baas. De relatie met de baas wordt vrijwel nooit genoemd als (mede-)bepalende factor wanneer het om de waarde van beloningen gaat. Ik ben echter van mening dat het juist de meest-bepalende factor is. En dat komt omdat de geaccepteerde en gerespecteerde baas in staat is om de andere factoren te beïnvloeden, onder controle te krijgen. Die eigenschap ontbreekt bij alle andere factoren!

2011-10-18 04 Balou
Het belang van de relatie met de baas
Aan mijn cursisten leg ik het belang van de relatie met de baas altijd uit door een vergelijking te maken met de leraren op de middelbare school. Iedereen kent wel die leraren die totaal geen orde kunnen houden en waarvoor niemand respect heeft. Krijgt iemand van zo’n leraar een complimentje, dan wordt er alleen maar honend om gelachen, het wordt niet als complimentje ervaren en je kunt je er zelfs voor schamen tegenover de rest van de klas. Maar wanneer je datzelfde complimentje krijgt van een leraar waarvoor iedereen respect heeft en waar iedereen naar op kijkt, dan wordt het serieus genomen en ook daadwerkelijk als complimentje ervaren! Dan ben je juist trots op het feit dat je een complimentje krijgt! Het is dus niet de beloning (het complimentje) op zich dat de waarde ervan bepaalt, maar...... degene van wie het afkomstig is!

Over het belang van de relatie met de baas heb ik een afzonderlijk artikel geschreven.






                                                        Balou z'n hele lichaam zegt 'nee'!


Wat kunnen we nu precies met de hiervóór genoemde waarde-bepalende factoren?
Allereerst is er de conclusie dat er méér is dan alleen de intrinsieke waarde van de beloning. Of een beloning voor de hond motiverend genoeg is om het gewenste gedrag te vertonen en te herhalen, wordt door de intrinsieke waarde en de extrinsieke waarde gezamenlijk bepaald.

Vaak is er een combinatie van belemmerende factoren aanwezig, wanneer bij beloningsgericht opvoeden bepaald gedrag niet wordt vertoond of herhaald. De relatie met de baas is hierin een soort 'grootst gemene deler': de baas is áltijd aanwezig bij het geven van een beloning en vormt daardoor mogelijk altijd een stilzwijgend struikelblok, zelfs wanneer timing, tijdsduur en plaats optimaal zijn, storende omgevingsfactoren afwezig zijn en stress-factoren zijn uitgeschakeld. Anders gezegd: ook al zijn alle andere factoren onder controle, dan nog zal de beloning niet worden geaccepteerd zolang de relatie met de baas niet wordt geaccepteerd en gerespecteerd.

Daarnaast is er de conclusie dat er, naast het beloningsgerichte opvoeden, nog een andere zeer goed bruikbare methode is: het natuurlijke opvoeden. Bij de natuurlijke opvoeding van de hond wordt, in tegenstelling tot de beloningsgerichte opvoeding, geen gebruik gemaakt van voer, snacks of andere beloningen (speeltjes, aandacht) om de hond te motiveren bij het aanleren van diverse oefeningen. Alles draait om de relatie tussen de baas en de hond, de onderlinge rangordeverhouding (en daarmee de vraag naar de acceptatie van en het respect voor de rangordepositie van zowel baas als hond). Deze relatie motiveert de hond om het gewenste gedrag te vertonen én te herhalen. Of niet natuurlijk..... maar ook dan weet je waar je als baas aan toe bent.


2011-10-18 05 Samenspel

                                                                                            Samen werken = samen plezier!


Bij een evenwichtige relatie tussen baas en hond zal de baas in staat zijn de hond door stress-situaties heen te begeleiden, zal de hond minder geneigd zijn zich door omgevingsfactoren te laten beïnvloeden (zich dus méér op de baas richten) en zal een verkeerde timing, plaats of tijdsduur niets afdoen aan datgene wat als beloning wordt gegeven. Waarom? Omdat niet de beloning zélf als beloning wordt ervaren, maar het samenwerken met de baas. Daarom zul je zien dat het bij een goede relatie tussen baas en hond zelfs helemaal niet nodig is om steeds het gewenste gedrag te belonen. De hond werkt niet voor de beloning maar voor de baas, samen mét de baas. En dat is de beste beloning die baas én hond zich kunnen wensen!



BS Sennenhonden
Betty Sikkema



© 2011 BS Sennenhonden - Meppel
Bandit Citta von Bännlifluh Balou Brando Floris Laresheems' Bhodi Aido Aykos von Gelor